MARKANTE MARCASES

Willem Elias

Decaan Faculteit Psychologie en Educatiewetenschappen VUB.  

Misschien moet toch maar eens iemand de anekdotische totstandkoming van de kunstenaarsnaam ‘Marcase’ aan het papier toevertrouwen. Wie zal het later anders nog achterhalen? Hij klinkt voornaam en artistiek. Hij is in de Vlaamse kunstwereld ingeburgerd geraakt. Ook Pjeroo Roobjee wordt nooit meer ‘Dirk De Vilder’ genoemd, tenzij door de belastingsinspecteur. Kunstenaarsnamen zijn een goed begin, half gewonnen dus. Van ‘Marleen Spiessens’ maak je best Merlin Spie. Marcase is een treffer, het roept enig respect op. Het is het pseudoniem voor Marc Vanhaesebrouck, wat hem in zijn schooltijd de bijnaam: ‘Marc den hase’ opleverde. Van folklore met wat slijpwerktot een mooie artiestennaam komen: ’t leven kan ook simpel zijn.

De waarheid moet rijmen, zoniet is ze niet te lijmen’, is mijn formulering van de nietzscheaanse gedachte dat, behalve dat de waarheid ongrijpbaar is als een vrouw, ze een metafoor is waarvan men vergeten is dat ze het is. Met overigens alle respect voor metaforen. Vandaar dat ik het woord ‘markant’ als adjectief toegevoegd heb, een alliteratie op Marcase. Opmerkelijk genoeg heeft dit epitheton meer dan rijmende waarheidsretoriek. ‘Markant’ betekent ‘merkend’, van een teken voorzien. En dat is waar het in het oeuvre van Marcase over gaat. Het is een onderzoek – zoals men dat vandaag graag noemt – naarde werking van de schilderkundige merking. Hij experimenteert met verflijnen en -vlakken als tekens, als vlekken die betekenis produceren. De ene vlek is de andere niet en in dit verschil van vorm en materie, schuilt ook een betekenisverschil. Door kleine nuances laat hij betekenissen overstag gaan. Dit is samengevat het verhaal van Marcase. Dit is zijn bijdrage aan het systeem, het spel dat hedendaagse schilderkunst heet. En men herkent zijn tekens. Men ziet wanneer het met ‘Marcase’ kan gemerkt zijn. Voor mij het label van de belangrijkheid van een artiest. De tautologie ‘Marcase is Marcase’ is hier geldig. Het is zijn schriftuur. Marcases zijn markant.

 

Deze sleutel om zijn werk te authentificeren heb ik ooit reeds gesmeed, maar dan in moeilijke bewoordingen. Het gevaar van onbegrijpbaarheid werd als een rode driehoek aangekondigd in de titel: ‘Enting van differerende significanties’. Zo’n titel, uit de tijd dat ik nog moest bewijzen hoe onderlegd ik wel was, is zelf een teken dat niets goeds voorspelt, nl. wat hier volgt valt niet te begrijpen. Wanneer ik het herlees, wordt dit risico alleen maar bevestigd. Duidelijk vol vulsel met dingen die ik toen net gelezen had om aan het nodige aantal lijnen te geraken. Geleerddoenerig geschreven. Maar dan plots verschijnter een paragraaf, bestaande uit woorden en zinnen die, mijns inziens, vandaag nog zeer goed aansluiten bij het beeldend werk van Marcase. Dat gebeurt al eens. De wonderen zijn de wereld niet uit. Hoewel woord en beeld nooit samenvallen, en elkaar dus niet kunnen uitsluiten of vervangen, kan men toch soms het gevoel hebben dat beide innig verstrengeld geraakt zijn.

De poëzie en de grafische kunsten leveren daar voorbeelden van. Maar ook in de kunstkritiek, die niet evaluerend maar interpreterend wil zijn, vindt men er staaltjes van. Vandaar dat ik dit fragment hier wil aanhalen:

“Marcase startte zijn oeuvre met reflecties over de natuur. De vergankelijkheid van de natuur werd conceptueel vastgelegd in repetitief werk: de eeuwige terugkeer van het gelijke. Vanuit het statische van deze constatering ontspon zich een dynamisch principe dat beweging bracht in de wirwar van striemende verfstroken. Van overvolle compositie, al dan niet met de sporen van een verkleurde lichtstrook, ging hij over tot het onderzoek naar de breekpunten van het lineaire van de lijn: de ingriffing als aanduiding van de wending. Dit alles op de gevoelige achtergrond van gipsen tafeltjes, doordringbare drager voor de registratie van het onmiddellijk grafisme. Inde marge werden de kleuren geijkt: de grenzen van het ritmisch spel.

Kleur en lijn hebben elkaar, na de wederzijdse excommunicatie, terug gevonden. Marcase toont ons vlakken met kleuren op zoek naar hun identificatie. Geen zuivere kleuren, niet te nummeren in de classificaties van de verffabrikant. Verstrengelingen van verwantschappen, de categorie der kleur-achtigen: vaalbruin, transparanten; blauw-groen en vice-versa, metalieken; vlekkerig cerebraal, bleek; onweerbarstig doorzichtig, weigerend te dekken. Verstoord door hier en daar, als een steen in een kikkerpoel, een brok korstige verf, al dan niet geconcentreerd rond een blokje als uitpuiling van het vlak. Protestant detail tegen de sereniteit van de naamweigerende kleurachtigen. Doorns in de ogen van mediterende toeschouwer.Maar pas de afwijking doet denken, doorbreekt het gedachteloos mijmeren en stelt de noodzakelijke vragen: weerhoudt ons van een reis naar één pool, toont naast lucht ook aarde, naast water ook vuur.

In deze meditatiepanelen, want het Oosten is nabij, verschijnt ook een lijn. Minder krampachtig dan in de vorige fase van Marcase’s werk, maar eerder berustend, verzoenend gelaten. Nu eens erigerend agressief, dan weer afgeknakt, depressief. Regeneratie, maar ook vergankelijkheid. De lijn zoekt haar weg, de weg die enkel de hare is: sierlijk of abrupt, vloeiend of hortend. Kalligrafisch de kroon stekend naar de Schoonheid zelve of introvert de eigenheid van haar griffende hand signalerend. Vluchtig zwevend over de kleurigheid van haar fond of doordringend krassend tot aan de kwetsbaarheid van haar drager” (uit: W. Elias & A.G. Turin, Marcase, catalogus Moving Space, Gent, 1989).

Kijk, over dit fragment ben ik nog tevreden. Dat krijgt men in de Witte Raaf niet te lezen. Marcase staat niet stil in de stilte van zijn atelier en blijft geruisloos zijn avontuur met lijn en vlak verder ontwikkelen zonder tamtam. Een goed jaar geleden werd mijn collectie verrijkt met een zeer mooie kleine tekening van Marcase. Een van de weinige voordelen van een verjaardag. Tot mijn verbazing was het een vrouwelijk naakt vanop de rug gezien. Een frivoliteit in het oeuvre van Marcase? Of een teken van een nieuwe wending? Hoewel ook abstracte schilders recht hebben op een naaktmodel, denk ik dat het een keerpunt betekent in zijn oeuvre. Of Marcase in zijn ouwe dag het pad van de lijn verlaat en wulpse naakten gaat schilderen? Neen, dat niet. Het betreffende naakt is overigens volledig in de geest van zijn oeuvre. Het is een conceptuele tekening die de vrouw herleidt tot haar lijn. En is het wel een vrouwenrug of gewoon een langwerpige vale vlek? Een ironisch spel voor het oog, te vergelijken met de dubbelzinnigheid tussen abstractie en landschappelijkheid die men in zijn andere werken aantreft. Umberto Eco noemt het ambigue, het belangrijkste kenmerk van het esthetische, naast het op zichzelf gefocust zijn (U. Eco, A Theory of semiotics, Bloomington, 1979, p. 262).

In het hogerop geciteerde fragment wordt de evolutie geschetst van de markante Marcase-lijn die een abstrahering is van de buiten-ruimte. De overslag van zijn abstracte lijnenspel naar een mistig landschap is vaak vrij klein. Onze verbeelding wijst de weg daar naartoe. Het komt me voor dat de lijnvoering in de recente werken, die te zien zijn in de tentoonstelling naar aanleiding van zijn vijfenzestigste verjaardag, een abstrahering van de binnen-wereld is. Het zijn lijnen die uit het lijf komen, uit de ‘ziel’ zouden de gelovigen zeggen. Geen afbakeningen meer van ruimten die dat spatiale precies construeren, maar levenslijnendie niet in de hand geschreven staan, veeleer via de hand loops op het doek gedanst. Ze zoeken hun weg zoals water door de aarde, wat grillig maar gegrond. Speels ook, soms wat guitig, soms wat triest. Soms geraken ze in een knoop, soms vinden ze een uitweg. Maar steeds worden ze omringd door de subtiele kleuromgeving eigen aan het palet van Marcase. Zeer markant.

  Marcase: Deva 2011 - acrylic on canvas - 40cm x 50cm.Marcase: Balakan 2011 - acrylic on canvas - 40cm x 50cm.Marcase: Hyra serie 2 - 2010 - acrylic on canvas - 100cm x 120cm.Marcase: Hyra serie 3 - 2010 - acrylic on canvas - 100cm x 120cm.Marcase: Lacin 2009 - acrylic on canvas - 120cm x 150cm.Marcase: Siro 2008 - acrylic on canvas - 45cm x 55cm.