Marcase neemt loopje met het landschap

 

Basismateriaal bij Marcase blijft boom of heg.

 

 

POOL ANDRIES

De Standaard 24/03/1980

 

BRUSSEL - Ook voor het Brusselse publiek is de jonge Waregemse schildertekenaar Marcase geen volkomen onbekende meer. Al tweemaal prijkte zijn naam op het

palmares van de wedstrijd ‘Jeune Peinture Belge’ (1976 en 1979) en enige bekendheid verwierf hij ook als lid van de groep ‘Art made in Belgium’. De individuele tentoonstelling

in de benedenzaal voor Galerij Delta (E. Allardstraat 21) zou echter wel eens de doorbraak naar een ruimer publiek kunnen betekenen:

Marcase toont in galerij Delta alleen potloodtekeningen. In feite is deze omschrijving al fout, want wat het publiek te zien krijgt zijn inderdaad geen originele tekeningen maar montages van gereproduceerde fragmenten van tekeningen.

Basismateriaal is meestal een potloodschets naar een eenvoudig landschappelijk motief: een boom, heg of struik. Bij de keuze van deze motieven wordt door de kunstenaar uitgekeken naar het contrastrijke samengaan van rechtlijnige, statische beeldelementen zoals boomstammen of afbakeningen van wegen, en chaotische, dynamische beeldelementen zoals trillend gebladerte.

Deze tekeningen of fragmenten ervan worden vervolgens in meerdere exemplaren

gereproduceerd. Identieke fragmenten worden gemonteerd in horizontale en/of verticale registers, eventueel alternerend met hun spiegelbeeld. Door de ritmische herhaling van steeds dezelfde beeldelementen ontstaat een nieuwe abstracte structuur waarin deze beeldelementen langer een representatieve maar wel een louter plastische functie heeft. De kunstenaar zorgt er echter voor dat zijn basismateriaal steeds herkenbaar blijft zodat duidelijk wordt dat deze nieuwe abstracte structuur niet mogelijk is ondanks maar juist dank zij het figuratieve aspect van de originele tekening. Waarin deze nieuwe plastische structuur immers reed, zij het weinig opvallend besloten lag.

De sterkste werken zijn ongetwijfeld de grote panelen waarin Marcase zich heeft beperkt tot het zoals hierboven beschreven stapelen van identieke of aanverwante beeldfragmenten.

Het plastische probleem dat Marcase zich heeft gesteld wordt in deze werken helder gevisualiseerd, zonder daarbij belerend over te komen. Deze werken zijn sober maar niettemin visueel erg boeiend, en ze geven hun geheimen slechts prijs aan de aandachtige toeschouwer.

In de kleinere werken heeft Marcase echter gemeend aan deze eenvoud nog iets te moeten toevoegen. Door de grijswaarde van de opgestapelde elementen.

te moduleren werd het mogelijk geometrische komposities op te bouwen. Het introduceren van dit aan hetoorspronkelijke landschappelijke motief totaal vreemde element verbreekt echter de conceptuele verwantschap tussen beeld en afbeelding tussen nieuw gecreëerde en oorspronkelijk waargenomen realiteit, die de grotere werken kenmerkt en er ook de kracht van vormt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Marcase - Geordende Structuren II 1978 mixed media 100 x 115 cm 

 

 

 

Marcase - Geordende structuren III, 1978 - mixed media - 68 x 99 cm - Collectie Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België

 

 

 

 

 

Marcase - Geordende structuren IX 1978 - mixed media -100 x 120 cm

 

 

1977: Marcase (cat. ART MADE IN BELGIUM)

 

Marcase (catalogus ART MADE IN BELGIUM) 1977

 

 

De kunst hangt niet af van pro- of anti traditioneel esthetische elementen maar van de eigen plastische problematiek die wel of niet in een kunstwerk gesteld en opgelost wordt.

Door het zoeken naar een grensverlegging van een persoonlijke plastische problematiek heeft de kunstenaar het menselijk risico fouten te maken. Juist die fouten tonen de eerlijke research die leidt tot doorleefde kunst.

Het volmaakte kunstwerk staat geen borg voor waarachtige kunst, maar wel het plastische onderzoek tot nieuwe verruiming. De kunstenaar doet op de eerste plaats aan zelfonderzoek, tot het vinden van zijn eigen persoonlijke en artistieke kwaliteiten. Dit is enige manier tot artistieke overleving. Mijn laatste werk is gebaseerd op tegenstellingen uit mijn directe leefwereld: de natuur tegenover de rechtlijnige menselijke inbreng.

Friedrich Nietzsche spreekt van apollinische en dionysische kunst, waarmede hij twee levenssferen wil duiden, die als tegenstelling worden beschouwd. Apollon is de god van het klare, het verstandelijke, Dyonysos van de roes, het spontane. Deze tegenstellingen heeft Nietzsche uitgewerkt als maat tegenover hartstocht, wet tegenover vrijheid, redenering tegenover gevoel, kosmos tegenover chaos, het statische tegenover het dynamische enz.

In die zin word ik geconfronteerd met mijn omgeving: rechtlijnige telefoonpalen tegenover willekeurige boomstructuren, rechtlijnige afbakening (van wegen, land enz.) tegenover de natuurlijke structuur van de materie (zand, gras enz.) Het is niet de bedoeling dat de verschillende elementen in mijn werk erkenbaar zijn als ding, maar dat zij zich manifesteren als teken. Ik schilder geen witte paal met groene struik, maar een statisch wit tegenover een dynamisch groen. Anders gezegd: in mijn werk confronteer ik het apollinische met de dionysische en tracht ik tussen die twee levenssferen een spanning te brengen.

Marcase: study - 1977

 

 

 

 

 

Marcase: study



 

 

EEN RAAM OP HET LANDSCHAP

 

 

Willem ELIAS

Cat. Elisabeth Franck Gallery. Knokke-Heist 1984

 

 

In de ars herbaria van Marcase wordt de natuur door abstrahering tot de orde geroepen, orde die ontstaat door tekens repetitief aan te brengen binnen een vlak, om dan bijna serieel te laten uitbreiden in meerdere werken. Repetitief tot de tweede macht als het ware. Het zijn velden die beheerst worden, niet door een impressionistische regel van "ik schilder zoals ik zie", noch door een expressionistisch beginsel van "ik schilder zoals ik voel", maar door een conceptueel principe van "ik schilder zoals ik weet", en weten wordt gestoeld op ordenen of classificeren. Marcase werkt zeer cerebraal.

Lang blijven de klemtonen zwart als geordende wirwar, sporen van heftige penseelstriemen met de handslag van een kaligraaf. Eronder verschijnt een palimpsest van kleurlagen gegradeerd volgens een gans scala van toonwaarden, een teken van de Wording In de natuur, als eeuwig verkleuren van het landschap. Ook die grondkleur (fundamentele kleur zou men het kunnen noemen om te wijzen op zijn geestelijke verwantschap met de fundamentele schilderkunst) is niet impressionistisch visueel relatief, of expressionistisch emotioneel subjectief, maar conceptueel verwijzend naar het immateriële, het cerebraal eeuwige. Ik denk hier vooral aan zijn bijna metaalblauwen die tegennatuurlijk glinsteren, waardoor de structuur van de natuur pas echt zichtbaar wordt.

Het zou verkeerd zijn geen oog te hebben voor de dynamische wentelbeweging die door het samenspel van verftoetsen ontketend wordt.

Tegenover de geordende structuur staat ook een levensverwekkend beginsel. Pas bij een intense waarneming doorbreekt een wentelbeweging het overheersende statische stramien. In zijn meest recent werk het statische echter verdwenen en heeft het dynamische de overhand gekregen.

Zijn werk wordt een cirkelend spanningsveld van bijna choreografische composities. Zijn laatste werken lijken wel de geheugensporen van exuberant gekleurde balletvoorstellingen.

Marcase: Groene textuur met driehoek 1983 - acrylic on canvas - 100cm x 120cm

Marcase: Cover bruin 1984 - acrylic on canvas - 120cm x 100cm

 

 

MARKERINGEN VAN MARCASE

 

 

Paul Demets

Dichter, recencent, docent KASK.

 

Dames en heren,

In mijn kindertijd verbleef ik vaak bij mijn grootouders. Spannend waren die ochtenden waarop ik, verdwaasd nog door het vroege opstaan, op de achterbank van mijn grootvaders auto mijn blik over een kooi in pictchpinehout liet gaan en naar het melkglas keek. Af en toe hoorde ik wat gescharrel. Eenmaal aangekomen, meldde mijn grootvader zich met de kooi bij de inschrijvingstafel en werd ons een plaats aangewezen, die gemarkeerd was door een verfstreek op de weg. Langs die weg werden de zitplaatsen geleidelijk aan gevuld door een grote uniformiteit: mannen met petten of hoeden, donkerblauwe vesten en een zelf gedraaide sigaret in de mond. Dat laatste maakte het moeilijk om hun conversaties helemaal goed te begrijpen, want de meesten haalden hun sigaret niet uit hun mond om te spreken. Ze bliezen hun woorden en de rook tegelijk uit. 

En plots viel alles stil. Iedereen, ook mijn grootvader, nam een lange, zwarte stok en een stuk krijt in de hand. Het gemompel en gelach van de mannen met de petten verdween op slag en werd overgenomen door het gezang van vogels. Want daarvoor waren we gekomen: om naar het gezang van vinken te luisteren. Ik zag mijn grootvader de oren spitsen. Iedere keer wanneer uit de kooi voor hem een afgewerkt lied klonk, beëindigd door ‘suskewiet’, zette hij een krijtstreepje op de zwarte stok. Ook viel mij op dat hij met een half oor luisterde naar hoe zijn eigen vink het er in zijn kooitje enkele meters verderop vanaf bracht. Ik zie hem nog uit zijn ooghoek kijken.
Na de vinkenzetting waren er koffie, jenever, voor mij een reep Chocolade Jacques die een prentje verborg. En plastic bloemen. Het was de eerste keer dat ik plastic bloemen zag. Zo onecht echt. Mijn grootvader zag die bloemen niet graag en gaf ze mij dan maar cadeau. Ik durfde mijn afschuw niet te laten blijken.

U bent hier natuurlijk niet om naar een uiteenzetting over de vinkensport te komen luisteren, maar wel om toelichting te krijgen bij het recente werk van Marcase, dat in deze bibliotheek getoond wordt. Sta mij toe om enkele elementen uit wat ik verteld heb, als metaforen te gebruiken om over Marcases schilderijen te spreken. Als we ervan uitgaan dat de schilderkunst over het bevragen van waarheid, schoonheid en werkelijkheid gaat, dan zien we in deze tentoonstelling hoe Marcase op zijn eigenzinnige, consequente manier deze drie facetten aftast.

De stilte die uit zijn werk spreekt, de in zichzelf gekeerde, op zichzelf teruggeworpen, ascetische houding, het repetitieve karakter, flitsen mij op een eigenaardige manier terug naar die stille ochtendlijke straat, met om de twee meter veertig een kooi, met daarvoor telkens een voorovergebogen man met pet op een klapstoeltje. Marcases werk is voor een stuk verbonden met de minimal art, via de werkwijze die hij hanteert. Altijd is zijn werk sober en sterk gecomponeerd. Door die soberheid wordt de aandacht van ons, toeschouwers, naar het schilderen zelf getrokken, zoals die hele straat met bomen met daarvoor de vogelkooien en de stille, op een stok met krijt kervende mannen een en al oor was voor elk individueel vogellied. En zo merken we dat Marcases werk ook verbonden is met de fundamentele schilderkunst, door zijn grote fascinatie voor verf, in zijn geval acryl, drager,  kleur, lijn, textuur, met andere woorden voor de materiële en compositorische elementen van het schilderij. Ook dat doet mij denken aan die vinkenzettingen uit mijn kindertijd. Hoe graag wou ik de keel van die vogel, die zo zijn best zat te doen om tegen zijn buren op te zingen, zien bewegen onder de veertjes van zijn halsje. Maar de kooi bestond uit melkglas. Er was alleen het lied, dat nauwkeurig beluisterd moest worden. Een lied dat voor zichzelf bestond, ver onttrokken aan de werkelijkheid, waar het deel uitmaakt van het baltsgedrag, om de concurrenten te overtreffen.

Marcases schilderijen drukken geen gemoedstoestand uit. Ze representeren niets. Ze lijken zelfs niet meer op de werkelijkheid te leunen. Wat doen ze dan wel? Ze tasten de natuurlijkheid van de waarneming af en worden mentale constructies, waarbij Marcase natuur en cultuur, orde en wanorde, ratio en gevoel naast  en tegenover elkaar plaatst, afgrenst, maar ook fricties en verschuivingen teweegbrengt. Daardoor krijgen zijn schilderijen hun eigen waarheid en schoonheid, los van de ethische en esthetische lading die we daar in de werkelijkheid aan toekennen. Marcase reikt ons mogelijke denkbeelden aan. Ik zeg bewust ‘mogelijk’, omdat ze een grote fragiliteit hebben. Marcase haalt de natuurlijkheid van het beeld onderuit door streepjes of vlekjes op zijn doeken aan te brengen. Hier confronteert hij het geometrische met het lyrische. En hier situeert zich voor mij de poëzie, de lichtheid van zijn werk, zoals we dat ook in zijn kleurgebruik vinden, dat nergens heftig is en dat vaak om een complementaire vermenging gaat. Integendeel. Op deze plaatsen in zijn schilderijen zien we als het ware de schilder die wegdroomt, die droedelt – een vorm van schetsen, tekenen zonder duidelijk doel, wanneer je gedachten ergens anders zijn-.

Marcase is een veeleisende schilder, voor zichzelf en voor de toeschouwer. Hij zet ruimte en perspectief op de helling. We worden visueel soms naar een diepte geleid, maar dan ontneemt Marcase ons door het lijnenspel de blik op de diepte, waardoor de achtergrond en de voorgrond bij elkaar gebracht worden. Marcases schilderijen zijn evenwichtsoefeningen op het slappe koord van de lijnen in een picturale ruimte.

Marcase is niet alleen veeleisend. Hij is ook een schilder met een sérieux. Hij kan niet anders dan schilderen met een groot respect voor het métier en voor de schilderkunstige traditie, want anders zou hij de uitstekende didacticus die in hem zit, verloochenen. Marcases schilderijen hebben geen mimetisch karakter. Het is geen persoonlijke blik op de werkelijkheid, die zijn schilderijen een verhalend karakter zou geven. Het beeldvlak wordt nauwelijks geopend. We krijgen geen inkijk, ook niet wanneer sommige werken in deze tentoonstelling de titel Interieur dragen. Laat u trouwens niet misleiden door titels van andere werken, zoals Takana, Iwate of Bara. Ze refereren niet bepaald aan iets. Marcase wil de interpretatiemogelijkheden van zijn schilderijen niet belemmeren, precies door geen referentieel karakter toe te kennen aan de meeste titels van zijn werk. Ook op dat punt is hij veeleisend. De toeschouwer moet zijn aandachtige werk doen en nauwkeurig kijken.

Terugblikkend op de vinkenzettingen in mijn jeugd, blijven de krijtstrepen op de stok op mijn netvlies gebrand. Het waren streepjes door de ochtend. Marcase gebruikt in zijn schilderijen – en trouwens ook in de tekeningen bij de bundel Notities voor een poëtica van de tijd van Willem M. Roggeman streepjes of strepen, maar vooral lijnen.  Deze tentoonstelling heet dan ook niet toevallig Lijnschap. Ook zijn lijnen branden op het netvlies. Want een lijn is een teken dat fragiel, maar ook snijdend kan zijn. Het kan het doek zelfs kwetsen en de ruimte openen, zoals Lucio Fontana dat deed door met een mes een snede in zijn doek aan te brengen en op die manier de ruimte van zijn schilderij te verruimen. Zo pijnlijk gaat het er op Marcases doeken niet aan toe, maar toch zijn de lijnen op zijn werk op een bepaalde manier onuitwisbaarder, radicaler dan het verhullende, tentatieve  karakter dat verf, zelfs acrylverf, toch altijd heeft.  Een lijn, ook wanneer ze organisch is, zoals we op sommige schilderijen kunnen zien,  bakent af en kwetst het blikveld tussen het doek en de toeschouwer. Zoals ik de vink niet zag, maar een streepje op een stok.

Een lijn, op zichzelf betrokken en niet referentieel,  vertegenwoordigt ook de tijd. Paul Klee schreef over het traject van de lijn op het doek: ‘Een wandeling omwille van de wandeling. Het mobiele is een punt dat zijn positie in voorwaartse richting verlegt.’ De lijn haalt het schilderij uit zijn tijdloosheid, ze is de wijzer van de voortschrijdende tijd. Het is de lijn, de markering van Marcase,  die ons doet terugkijken naar zijn recente, sterke werk, omdat ze onze aandacht opeist  door haar specifieke signatuur. Ik vind dit bijzonder.  Ze verdeelt letterlijk onze tijd van het kijken.

Dames en heren, ik hoop op mijn beurt dat u vanavond uw tijd mooi verdeelt tussen praten en kijken.

Paul Demets

Harelbeke, 5 september 2014

  Marcase: Sivka - acrylic on canvas - 120 cm x 100 cmMarcase: Gorat - acrylic on canvas - 120 cm x 100 cmMarcase: Atov - acrylic on canvas - 120 cm x 100 cmMarcase: Tuya - acrylic on canvas - 60 cm x 50 cmMarcase: Hadya - acrylic on canvas - 120 cm x 100 cm

 

 

 Pjeroo Roobjee - Leerboek Biologie Der Vreemdsoortige Zoogdieren